Toen de bouw van de huidige Sint-Romboutstoren rond 1498 al een eind gevorderd was,
plaatste men een voorslag van vier grote klokken, gegoten door Simon Waghevens. Dit aantal werd in 1527
uitgebreid tot acht klokken. In 1556 werd een nieuw klokkenspel geïnstalleerd, ditmaal verbonden met een klavier.
In de loop der eeuwen kwamen er steeds meer klokken bij zodat het instrument uitgroeide tot een heuse beiaard van 49 klokken.
Door toononzuiverheid wordt deze beiaard momenteel niet meer gebruikt als concertinstrument.
In 1981 – en dit onder impuls van Piet van den Broek – kreeg de Sint-Romboutstoren een 40 ton wegende,
nieuwe stadsbeiaard, bestaande uit 49 klokken. Deze werden gegoten door de Nederlandse klokkengieter Eijsbouts.
Dit prachtig instrument is de zwaarste beiaard van ons land en de op drie na zwaarste van Europa,
voorafgegaan en Berlijn (48 ton) en de twee beiaarden van Mafra in Portugal (elk 44 ton).
De toren van de O.L.V.-o/d-Dijlekerk verloor haar beiaard op 24 november 1798.
De klokken werden door de Franse bezetter uit de toren gehaald om hergoten te worden tot kanonnen.
Pas in 1967 kwam er een nieuwe beiaard met een gewicht van 9 ton en bestaande uit 50 klokken.
In 1953 kreeg het torentje van het Hof van Busleyden een lichte beiaard van 2,5 ton, bestaande uit 49 klokken
gegoten door Marcel Michiels Jr. Dit klokkenspel wordt voornamelijk door de studenten van de beiaardschool
als oefeninstrument gebruikt, maar er worden ook regelmatig prachtige concerten op gegeven.
Drie jaar later goot Michiels een beiaard van slechts 30 klokken (580 kg). Dit kleine instrument werd gemonteerd
op een wagen en rijd nog jaarlijks mee in de Hanswijkprocessie.